Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
6 maart 2019.
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
A.Geleijns;
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft verzoekster meerdere verzoeken om aanhouding van de mondelinge behandeling ingediend, welke door de aanhoudingenrechter zijn afgewezen. Verzoekster stelde dat hierdoor sprake was van vooringenomenheid en diende een wrakingsverzoek in tegen zowel de aanhoudingenrechter als de zittingsrechter.
De wrakingskamer beoordeelde de afzonderlijke wrakingen en oordeelde dat de beslissingen van de aanhoudingenrechter procedurele aard zijn en geen grond voor wraking vormen. Ook de zittingsrechter werd niet gewraakt omdat hij niet betrokken was bij de aanhoudingsbeslissingen en geen aanwijzingen voor partijdigheid vertoonde.
Het verzoek tot wraking werd afgewezen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij indiening van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de aanhoudingsrechter en zittingsrechter is afgewezen en de procedure wordt voortgezet.