Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
Wraking’;
Rechtbank Den Haag
Op 1 april 2019 heeft de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Den Haag de wrakingsverzoeken van twee partijen tegen de politierechter behandeld. De verzoekers stelden dat de rechter partijdig was vanwege de afwijzing van hun preliminaire verzoeken en de wijze waarop de rechter de behandeling voerde.
De wrakingskamer overwoog dat procedurele beslissingen in beginsel geen grond voor wraking vormen, tenzij de motivering daarvan een zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid oplevert. Dit was niet het geval. De kamer constateerde dat verzoekers het wrakingsrecht inzetten als strategie om de inhoudelijke behandeling te frustreren.
Daarom wees de wrakingskamer de verzoeken af, bepaalde dat het proces wordt voortgezet en legde een wrakingsverbod op voor toekomstige verzoeken in deze zaken. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Wrakingsverzoeken afgewezen en wrakingsverbod opgelegd wegens misbruik van het wrakingsrecht.