ECLI:NL:RBDHA:2019:3837
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Egyptische nationaliteit bezittende persoon, diende op 17 januari 2019 een asielaanvraag in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloot de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de asielprocedure. Eiser voerde aan dat hij in Duitsland geen eerlijke procedure heeft gehad, onder meer door detentie, gebrek aan juridische bijstand en psychische klachten.
De rechtbank overwoog dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening een discretionaire bevoegdheid geeft om een asielaanvraag onverplicht in behandeling te nemen, maar dat deze terughoudend wordt getoetst. Eiser heeft zijn beweringen over de situatie in Duitsland onvoldoende onderbouwd en geen recente medische stukken overlegd. Duitsland heeft volgens het claimakkoord toegezegd de asielaanvraag adequaat te behandelen en opvang te bieden.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris in redelijkheid geen aanleiding had om de aanvraag aan zich te trekken en dat eiser klachten over de Duitse procedure bij de Duitse autoriteiten moet indienen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.