ECLI:NL:RBDHA:2019:3837

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 april 2019
Publicatiedatum
18 april 2019
Zaaknummer
NL19.4410
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 DublinverordeningArt. 30 Vreemdelingenwet 2000Verordening (EU) nr. 604/2013
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening

Eiser, een Egyptische nationaliteit bezittende persoon, diende op 17 januari 2019 een asielaanvraag in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloot de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de asielprocedure. Eiser voerde aan dat hij in Duitsland geen eerlijke procedure heeft gehad, onder meer door detentie, gebrek aan juridische bijstand en psychische klachten.

De rechtbank overwoog dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening een discretionaire bevoegdheid geeft om een asielaanvraag onverplicht in behandeling te nemen, maar dat deze terughoudend wordt getoetst. Eiser heeft zijn beweringen over de situatie in Duitsland onvoldoende onderbouwd en geen recente medische stukken overlegd. Duitsland heeft volgens het claimakkoord toegezegd de asielaanvraag adequaat te behandelen en opvang te bieden.

De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris in redelijkheid geen aanleiding had om de aanvraag aan zich te trekken en dat eiser klachten over de Duitse procedure bij de Duitse autoriteiten moet indienen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL19.4410
V-nummer: [nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

(gemachtigde: mr. W.A. Berghuis),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 26 februari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Egyptische nationaliteit. Hij heeft op 17 januari 2019 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft de autoriteiten van Duitsland op grond van de Dublinverordening [1] gevraagd eiser terug te nemen. De Duitse autoriteiten hebben met dit verzoek ingestemd.
2. Verweerder heeft vervolgens de asielaanvraag van eiser op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling ervan.
3. Eiser heeft hiertegen aangevoerd dat verweerder ten onrechte geen aanleiding heeft gezien om zijn asielaanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening in behandeling te nemen. Hij stelt dat hij in Duitsland geen eerlijke asielprocedure heeft gehad. Eiser heeft daar twee maanden in detentie verbleven en is gedwongen een asielverzoek in te dienen. Voor hem was het niet mogelijk te klagen bij de (hogere) autoriteiten, omdat hij niet werd bijgestaan door een advocaat. Eiser stelt ook dat niet is gekeken naar zijn individuele verhaal, maar uitsluitend naar de situatie in zijn land van herkomst. Eiser heeft psychische klachten en bij overdracht zullen deze toenemen.
4. Artikel 17 van Pro de Dublinverordening geeft een discretionaire bevoegdheid op grond waarvan verweerder een asielaanvraag onverplicht in behandeling kan nemen. De rechtbank dient deze beoordeling terughoudend te toetsen. Op grond van wat eiser heeft aangevoerd heeft verweerder in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien om de asielaanvraag aan zich te trekken. Eiser heeft zijn gestelde ervaringen in Duitsland niet onderbouwd. Evenmin heeft hij recent gedateerde medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij psychische problemen heeft en hiervoor specialistische behandeling behoeft. Met het claimakkoord heeft Duitsland gegarandeerd dat het asielverzoek van eiser in Duitsland in behandeling zal worden genomen en dat hij adequaat zal worden opgevangen. Bij voorkomende problemen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen in Duitsland dient eiser hierover te klagen bij de (hogere) Duitse autoriteiten. Met de enkele stelling dat hij niet is bijgestaan door een advocaat heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat dit voor hem onmogelijk is.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.E. Paulus, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Voetnoten

1.Verordening (EU) nr. 604/2013.