ECLI:NL:RBDHA:2019:3839
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek LHBT-persoon uit Macedonië wegens veilig land van herkomst
Eiseres, een vrouw met de Macedonische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege problemen die zij ondervindt vanwege haar seksuele geaardheid. Zij stelde dat zij in Macedonië werd mishandeld door haar vader en door de samenleving werd gediscrimineerd, wat leidde tot haar vertrek uit het land.
De Staatssecretaris wees het asielverzoek af omdat Macedonië als veilig land van herkomst wordt aangemerkt, ook voor LHBT-personen. De rechtbank volgde deze beoordeling en oordeelde dat de situatie in Macedonië, ondanks enkele tekortkomingen in de bescherming van LHBT-rechten, niet leidt tot een gegronde vrees voor vervolging zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag.
De rechtbank geloofde het incident van belediging in 2017, maar achtte de verklaringen over mishandeling door haar vader onvoldoende betrouwbaar vanwege tegenstrijdigheden en gebrek aan medische onderbouwing. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiseres geen bescherming kan krijgen van de Macedonische autoriteiten.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt gehandhaafd.