ECLI:NL:RBDHA:2019:3841
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken van procesbelang bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Tijdens de zitting, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen, heeft de rechtbank ambtshalve onderzocht of eiser wel procesbelang heeft bij het beroep.
De gemachtigde van verweerder heeft toegelicht dat eiser op 15 februari 2019 volgens het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers en de AVIM met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank baseert zich hierbij op een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2019:579), waarin is bepaald dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt zonder contact te onderhouden in principe geen prijs meer stelt op bescherming.
Omdat de gemachtigde van eiser geen tegenargumenten heeft aangedragen en niet is verschenen, concludeert de rechtbank dat eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.