ECLI:NL:RBDHA:2019:3843
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nareisverzoek wegens onvoldoende aannemelijkheid identiteit en familieband
Eiseres, met Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis, ingediend door haar vermeende echtgenoot (referent). Na eerdere afwijzingen en vernietiging van eerdere uitspraken door de Afdeling bestuursrechtspraak, werd het bezwaar van eiseres opnieuw ongegrond verklaard door de staatssecretaris vanwege onvoldoende bewijs van haar identiteit en de familierechtelijke band.
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen officiële identiteitsdocumenten heeft overgelegd en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt waarom zij deze niet bezit, ondanks dat Eritrese burgers in principe over identiteitsdocumenten beschikken. De enkele verklaring van eiseres wordt onvoldoende geacht om bewijsnood aan te nemen. De overgelegde indicatieve documenten, waaronder een Soedanees pasje en een kerkelijke huwelijksakte, zijn niet substantieel en afkomstig van niet-Eritrese autoriteiten, waardoor deze niet voldoende bewijs vormen.
De rechtbank wijst ook het beroep op een recent arrest van het Hof van Justitie van de EU af, omdat eiseres niet in een vergelijkbare situatie verkeert. Omdat de identiteit niet is vastgesteld, kan ook de familieband niet worden beoordeeld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van haar identiteit en familieband.