ECLI:NL:RBDHA:2019:3850
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onvoldoende motivering weigering verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan
Eiser, een Surinaamse gemeenschapsonderdaan, heeft beroep ingesteld tegen de weigering van een verblijfsdocument dat zijn rechtmatig verblijf als EU-onderdaan zou aantonen. Verweerder had het primaire besluit genomen op basis van het niet aannemelijk maken van drie maanden reëel en aaneengesloten verblijf in Spanje bij zijn moeder en halfzusjes met de Nederlandse nationaliteit.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte niet heeft getoetst aan het criterium van inwoning bij de halfzusjes en dat het standpunt dat niet is gebleken van het vereiste verblijf onvoldoende is gemotiveerd. Eiser had diverse documenten overgelegd, waaronder een inschrijving in het bevolkingsregister en een academisch certificaat, waaruit blijkt dat hij gedurende een langere periode op hetzelfde adres in Spanje verbleef als zijn halfzusjes.
De rechtbank volgt eiser niet in zijn beroep op het arrest Chavez-Vilchez, omdat dit arrest alleen ziet op verzorgende ouders en eiser niet als zodanig kan worden aangemerkt. Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege onvoldoende motivering omtrent het vereiste verblijf.