ECLI:NL:RBDHA:2019:3913
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag wegens Dublinverordening en gezinsomstandigheden
Eiser, van Guinese nationaliteit, diende op 24 oktober 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac bleek dat hij op 19 augustus 2015 al een aanvraag in Italië had ingediend. De Nederlandse Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloot de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Italië, wat inhoudt dat Nederland ervan uit mag gaan dat Italië internationale verplichtingen naleeft. Eiser maakte onvoldoende aannemelijk dat hij bij overdracht aan Italië een risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Daarnaast voerde eiser aan dat zijn echtgenote in Nederland verblijft en zwanger is, en dat overdracht aan Italië onevenredige hardheid zou betekenen op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro.
De rechtbank stelde echter vast dat verweerder terecht geen gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om de aanvraag in Nederland te behandelen, omdat eiser geen bijzondere, individuele omstandigheden had aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening wordt ongegrond verklaard.