ECLI:NL:RBDHA:2019:3915
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, diende op 11 januari 2019 een asielverzoek in in Nederland. Uit Eurodac bleek dat hij eerder in Hongarije en Duitsland asiel had aangevraagd. Nederland verzocht Duitsland om terugname van eiser op grond van de Dublinverordening, waarop Duitsland instemde.
Eiser stelde dat Hongarije verantwoordelijk was en dat het beroep aangehouden moest worden vanwege prejudiciële vragen, maar de rechtbank volgde dit niet. Het Hof van Justitie had deze vragen inmiddels beantwoord en de Duitse instemming met terugname was in lijn met het EU-arrest.
De rechtbank oordeelde dat Nederland mocht vertrouwen op Duitsland (interstatelijk vertrouwensbeginsel) en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Duitsland zijn verplichtingen niet zou nakomen of dat overdracht tot strijdigheid met het Handvest zou leiden.
Ook was er geen reden voor Nederland om het verzoek zelf te behandelen op grond van medische gronden, omdat eiser geen ernstige medische situatie aannemelijk had gemaakt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is.