ECLI:NL:RBDHA:2019:3977

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 maart 2019
Publicatiedatum
23 april 2019
Zaaknummer
NL18.136, NL18.137, NL17.15181, NL17.15183 en NL17.15184
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30a Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij asielaanvragen in Nederland

Eisers, van Syrische nationaliteit, hadden in Nederland asielaanvragen ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk werden verklaard omdat zij reeds internationale bescherming genieten in Griekenland. De rechtbank stelde vast dat uit Eurodac bleek dat eisers een verzoek om internationale bescherming in Griekenland hadden ingediend en daar bescherming genieten.

De staatssecretaris baseerde de niet-ontvankelijkverklaring op artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat er een redelijke band is met Griekenland. Eisers konden niet aannemelijk maken dat Griekenland zijn internationale verplichtingen niet nakomt.

Voorafgaand aan de zitting meldde de gemachtigde van eisers dat hij geen contact meer had met eisers, die met onbekende bestemming waren vertrokken. De rechtbank overwoog dat bij vertrek zonder contact het procesbelang ontbreekt. Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk en wees de verzoeken om voorlopige voorzieningen af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummers: NL18.136, NL18.137, NL17.15181, NL17.15182, NL17.15183 en NL17.15184
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam eiser] , geboren op [geboortedatum 1] 1965, eiser,

[naam eiseres], geboren op [geboortedatum 2] 1976, eiseres
en hun kinderen,
[kind 1], geboren op [geboortedatum 3] 2002,
[kind 2], geboren op [geboortedatum 3] 2008,
[kind 3], geboren op [geboortedatum 3] 2009,
[kind 4], geboren op [geboortedatum 3] 2012,
[kind 5], geboren op [geboortedatum 3] 2014,
allen van Syrische nationaliteit, tezamen eisers,
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: C. van der Zijde).

ProcesverloopBij besluit van 18 december 2017 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder de aanvragen van eiseres en de kinderen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. Bij besluit van 28 december 2017 (het bestreden besluit 2) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Eisers hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorziening te treffen die ertoe strekt om, totdat op de beroepen is beslist, uitzetting naar Griekenland te voorkomen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 maart 2019. Partijen zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Overwegingen

1. Uit Eurodac is gebleken dat eisers in Griekenland een verzoek om in internationale bescherming hebben ingediend en dat zij in Griekenland internationale bescherming genieten.
2. Verweerder heeft de aanvragen niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eisers internationale bescherming genieten in Griekenland. Daarom is volgens verweerder sprake van een zodanige band met Griekenland dat het voor eisers redelijk is om daar heen te gaan. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat Griekenland tegen hen zijn internationale verdragsverplichtingen niet nakomt.
3. Voorafgaand aan de zitting heeft de gemachtigde van eisers laten weten dat hij geen contact meer heeft met eisers. Eisers zijn volgens hun gemachtigde met onbekende bestemming vertrokken. De rechtbank ziet zich dan ook allereerst voor de vraag gesteld of eisers procesbelang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep en overweegt daartoe als volgt.
4. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State [1] blijkt dat als de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, zonder contact te houden met zijn gemachtigde, hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep.
5. Uit wat hiervoor is overwogen, leidt de rechtbank af dat eisers kennelijk geen prijs meer stellen op een inhoudelijke beoordeling van de besluiten en de door hen tegen de besluiten ingestelde rechtsmiddelen. De rechtbank zal de beroepen dan ook niet-ontvankelijk verklaren vanwege het ontbreken van procesbelang. De verzoeken om een voorlopige voorziening worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
In de zaken met nummers NL18.136, NL17.15181 en NL17.15183:
-
verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
In de zaken met nummers NL18.137, NL17.15182 en NL17.15184:
- wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Grundmeijer, griffier.
griffier
rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:183.