ECLI:NL:RBDHA:2019:4002
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende persoonlijk risico op vervolging in Colombia
Eiser, een Colombiaanse nationaliteit dragende man, heeft asiel aangevraagd op grond van zijn homoseksuele geaardheid en dreigingen van guerrillagroepen. Hij stelde dat hij vanwege zijn seksuele geaardheid werd gepest en bedreigd, en dat hij dreigbrieven ontving van een guerrillagroep, waardoor hij ondergedoken heeft gezeten en slachtoffer werd van straatroof.
De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen omdat de persoonlijke situatie van eiser niet leidde tot een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Colombia. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de ervaren discriminatie en bedreigingen niet zodanig ernstig waren dat het leven van eiser in Colombia onhoudbaar zou zijn. Ook werd geoordeeld dat de dreigingen van de guerrillagroep niet recent waren en onvoldoende onderbouwd om een vluchtelingenstatus te rechtvaardigen.
Verder werd overwogen dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij in Colombia geen toegang tot basisvoorzieningen of de arbeidsmarkt zou hebben. De rechtbank wees het beroep af en bevestigde het opleggen van een vertrektermijn en een inreisverbod, omdat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die hiervan zouden moeten afwijken.
Uitkomst: Het beroep op de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.