ECLI:NL:RBDHA:2019:4072
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- S.J. Hoekstra - van Vliet
- Rechtspraak.nl
Afwijzing spoedeisende vordering tot onmiddellijke uitvoering verdelingsbeschikking na echtscheiding
In deze zaak tussen ex-echtgenoten is een verdelingsbeschikking gewezen over de verdeling van de huwelijksgemeenschap, waarbij de man diverse boedelbestanddelen kreeg toegewezen en aan de vrouw bedragen moest uitkeren. De vrouw vordert onmiddellijke medewerking van de man aan de resterende onderdelen van de verdeling, waaronder betaling van aanzienlijke bedragen en levering van aandelen.
De man stelt dat hij eerst de woning in Portugal moet verkopen om de resterende bedragen te kunnen betalen en heeft toegelicht dat de woning sinds enkele maanden in stille verkoop is bij drie makelaars, met meerdere bezichtigingen. Hij heeft toegezegd de vrouw regelmatig te informeren over de verkoop.
De voorzieningenrechter overweegt dat de verdelingsbeschikking geen direct tenuitvoerlegging vatbare veroordeling inhoudt en dat partijen reeds deels uitvoering hebben gegeven. Gezien de reeds gedane uitkering van ruim 1 miljoen euro aan de vrouw en de financiële situatie van de man, is geen spoedeisend belang voor onmiddellijke maatregelen aannemelijk gemaakt.
De vrouw heeft onvoldoende onderbouwd dat zij het resterende bedrag met spoed nodig heeft voor haar levensonderhoud. Ook de vordering van de man in reconventie wordt niet in behandeling genomen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af en bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot onmiddellijke uitvoering van de verdelingsbeschikking wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.