ECLI:NL:RBDHA:2019:4085
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening bronbelasting Uruguay niet mogelijk wegens niet-kwalificatie als ontwikkelingsland
Eiseres, een in Nederland gevestigde vennootschap, stelde dat de door Uruguay ingehouden bronbelasting op royaltybetalingen verrekenbaar was op grond van artikel 36 van Pro het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 (Bvdb 2001). De kern van het geschil was of Uruguay als ontwikkelingsland kon worden aangemerkt, wat een vereiste is voor toepassing van artikel 36 Bvdb Pro 2001.
De rechtbank stelde vast dat Uruguay in 2015 niet voorkwam op de lijst van ontwikkelingslanden zoals omschreven in artikel 6 van Pro het Bvdb 2001. Hierdoor kon artikel 36 niet Pro worden toegepast op de in Uruguay geheven bronbelasting. Eiseres voerde aan dat Nederland hiermee in strijd handelde met artikel 63 van Pro het VWEU en dat het besluit om Uruguay niet langer als ontwikkelingsland aan te merken niet conform de Awb was genomen. Deze stellingen werden door de rechtbank verworpen, mede op basis van jurisprudentie van het Hof van Justitie.
Verder stelde eiseres dat Nederland haar verdragsverplichtingen uit de Mercosur Kaderovereenkomst had geschonden. De rechtbank oordeelde dat deze inspanningsverplichting niet leidde tot verrekening van de bronbelasting. Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde de beschikking voortwenteling bronbelasting van nihil.
De rechtbank wees tevens op het vervallen van de Uitvoeringsregeling Besluit voorkoming dubbele belasting (URBvdb) per 1 januari 2012, en dat het Bvdb 2001 als algemeen verbindend voorschrift niet in strijd was met de Awb. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de beschikking voortwenteling bronbelasting wordt gehandhaafd.