ECLI:NL:RBDHA:2019:4143
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beslag op huurtoeslag door Stichting Rijswijk Wonen
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd op grond van artikel 287 lid 4 Faillissementswet Pro om het beslag op haar huurtoeslag, gelegd door Stichting Rijswijk Wonen, op te schorten. Tevens verzocht zij om toepassing van de schuldsaneringsregeling en instemming met een schuldregeling.
De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 18 april 2019. Verzoekster heeft toegelicht dat het beslag haar financiële situatie bemoeilijkt, maar zij heeft ook verklaard sinds augustus 2018 haar vaste lasten tijdig te voldoen en rond te komen van haar inkomsten. Stichting Rijswijk Wonen is niet verschenen.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster niet heeft aangetoond dat sprake is van een spoedeisende situatie, zoals vereist voor een voorlopige voorziening. Het beslag is rechtmatig op grond van artikel 45 Awir Pro en de beslagvrije voet is niet van toepassing op huurtoeslagbeslag. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot opschorting van het beslag op de huurtoeslag wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisendheid en de rechtmatigheid van het beslag.