Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer
5.De beoordeling
Stcrt.2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).
Rechtbank Den Haag
De kantonrechter van de rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van een vereniging tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer die sinds 2002 in dienst was als [functie]. De reden voor ontbinding was een ernstig verstoorde arbeidsverhouding die ontstond na een sollicitatie- en benoemingsprocedure voor een adjunct-directeur in 2018, waarbij een vertrouwensconflict tussen het bestuur en de werknemer onoverbrugbaar bleek.
De werknemer erkende de verstoorde relatie, maar stelde dat dit voorkomen had kunnen worden indien het bestuur transparanter was geweest over gesprekken met teamleden. Herplaatsing was niet mogelijk omdat er binnen de organisatie slechts één functie van die aard bestond. De kantonrechter stelde vast dat de situatie los stond van verwijtbaarheid en dat een vruchtbare samenwerking niet meer mogelijk was.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 2 april 2019, de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij reguliere opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van de procedure. De transitievergoeding van €81.264 werd toegewezen, aangezien het bestuur geen ernstig verwijtbaar handelen aan de werknemer toedichtte en geen verweer voerde tegen de hoogte van de vergoeding. De vereniging werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met toekenning van een transitievergoeding van €81.264 bruto.