Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Standpunten en beoordeling
4.De strafbaarheid van de feiten
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partijen
[slachtoffer 1]
€ 5.101,98, bestaande uit een bedrag van
€ 1.931,89moet betalen. Ook de kosten van de camerabeveiliging en de scherfwerende raamfolie kunnen, naar het oordeel van de rechtbank, als rechtstreekse schade worden aangemerkt, nu de benadeelde partij door de ontploffing zijn basisveiligheid is kwijtgeraakt en deze middelen hem hebben geholpen deze terug te krijgen. Ook de overige materiële schade kan worden toegewezen. Deze kosten acht de rechtbank alleszins redelijk.
€ 3.170,-aan immateriële schade moet betalen. De benadeelde partij heeft door toedoen van de verdachte lichamelijk letsel opgelopen. Ook heeft de ontploffing ingrijpende gevolgen gehad voor de psychische gesteldheid van de benadeelde. De rechtbank ziet geen reden om dit bedrag aan smartengeld te verlagen, want het is een redelijk bedrag.
€ 5.101,98te betalen. Daar komt de wettelijke rente ook nog bij, te rekenen vanaf de dag dat de feiten zijn gepleegd, zijnde 4 november 2018, tot de dag dat het bedrag is betaald.
[slachtoffer 2]heeft een vordering ingediend voor het bedrag van
€ 1.713,27, geheel bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente.
€ 1.713,27moet betalen. Door het handelen van de verdachte is de brug beschadigd.
8.De inbeslaggenomen goederen
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
1 primair;
1 subsidiair, 2, 3 primair, 4 en 5;
180 DAGENniet ten uitvoer zullen worden gelegd als de veroordeelde zich tot het einde van de proeftijd, die
2 jaaris, houdt aan de volgende voorwaarden:
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, de opdracht om erop toe te zien dat de veroordeelde zich zal houden aan de voorwaarden en om hem daarbij te begeleiden;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
[slachtoffer 1] hoofdelijktoe tot het bedrag van
€ 5.101,98-,
vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf
€ 5.101,98, vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 4 november 2018 tot de dag waarop de vordering is betaald, aan de Staat te betalen voor het slachtoffer
[slachtoffer 1];
[slachtoffer 2]toe tot het bedrag van
€ 1.713,
27, vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf
€ 1.713,
27, vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 11 november 2018 tot de dag waarop de vordering is betaald, aan de Staat te betalen voor het slachtoffer
[slachtoffer 2];
ander,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
heeft bevestigden
heeft aangestoken, teneinde deze tot ontploffing te brengen,
wapensvan categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten