ECLI:NL:RBDHA:2019:4404
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening en psychische problematiek
Eiser, een Gambiaanse asielzoeker, verzocht Nederland om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder weigerde de aanvraag in behandeling te nemen op grond van de Dublinverordening, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag. Eiser stelde dat overdracht naar Zwitserland zou leiden tot indirect refoulement, ernstige psychische problemen en een suïciderisico, en beroept zich op het arrest C.K. tegen Slovenië.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Zwitserland tekortschiet in asielprocedure of opvang. Ook is niet gebleken dat overdracht leidt tot een onmenselijke of vernederende behandeling. Medische onderbouwing van de psychische problematiek en het suïciderisico ontbrak, waardoor het beroep op het arrest C.K. faalt.
Verweerder heeft terecht gewezen op de mogelijkheid voor eiser om klachten in Zwitserland te adresseren. De rechtbank concludeert dat de weigering van Nederland om de aanvraag te behandelen terecht is en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van Nederland om de asielaanvraag te behandelen wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van het risico op onmenselijke behandeling bij overdracht naar Zwitserland.