Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
In 2003 werden eiser en zijn zus aangevallen door soldaten van de overheid. De zus van eiser is daarbij verkracht. In 2004 heeft een aanval plaatsgevonden op het dorp van eiser. Daarbij is een deel van eisers familie omgekomen. Eiser is vervolgens naar Tsjaad gevlucht en heeft daar vanaf 2004 in een vluchtelingenkamp verbleven. In augustus 2013 ging eiser vlak over de grens in Soedan werken. Op 5 oktober 2013 is eiser op dat werk staande gehouden door de Soedanese veiligheidsdienst en meegenomen. Eiser is een nacht vastgehouden, ondervraagd en daarbij gemarteld. Eiser is vrijgelaten, maar hem werd te verstaan gegeven dat hij moest spioneren in het vluchtelingenkamp en de informatie aan de Soedanese veiligheidsdienst doorgeven. Eiser is teruggekeerd naar het vluchtelingenkamp in Tsjaad, maar vervolgens gevlucht en uiteindelijk in Nederland terecht gekomen.
4.8 Als een vreemdeling geen opvolgende asielaanvraag indient maar in plaats daarvan betoogt dat een eerder afgewezen asielaanvraag alsnog met terugwerkende kracht vanaf de datum van die eerdere aanvraag moet worden ingewilligd, moet de staatssecretaris op dat verzoek beslissen. De staatssecretaris kan niet volstaan met de beoordeling of de vreemdeling vanaf het moment van indiening van het verzoek terug te komen van het eerdere in rechte onaantastbare besluit, in aanmerking komt voor verlening van de asielvergunning.”
Het beroep is reeds daarom gegrond. Verweerder heeft artikel 3:2 en Pro 3:46 Awb geschonden. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigenvoor zover verweerder de ingangsdatum van de vergunning niet eerder dan op 13 juli 2018 heeft gesteld. Verweerder dient een nieuw besluit te nemen, bij zijn besluitvorming de door eiser in beroep overgelegde rapporten van het iMMO en van de heer Reeves te betrekken en alvorens te beslissen eiser in de gelegenheid te stellen zijn verzoek om heroverweging nader te onderbouwen en hem desgewenst nader te horen. De rechtbank merkt daar nog bij op dat, anders dan verweerder in verweer veronderstelt, eiser het iMMO rapport niet (alleen) heeft ingebracht in verband met enig geschil over de mogelijkheid die eiser had bij de eerdere aanvraag al dan niet consistent te verklaren maar juist ook ter onderbouwing van zijn stellingen over hetgeen hij in Soedan heeft meegemaakt, zodat verweerder dat rapport ook als bewijsmiddel voor die stellingen in de beoordeling moet betrekken.