Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] alias [naam 2] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopEiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 7 maart 2019 (het bestreden besluit).
Overwegingen
Op 24 november 2016 hebben leden van een familie uit de Zaghawa-stam een neefje van eiser vermoord. Dezelfde dag hebben de moeder en tante van eiser wraak genomen door het huis van de familieleden van de daders in brand te steken. De oom van eiser heeft, ook op diezelfde dag, eisers auto geleend en iemand van de Zaghawa-familie vermoord. Tijdens de condoleancebijeenkomst op 26 november 2018 voor eisers neefje heeft de Zaghawa-familie wraak genomen door de tent waarin deze bijeenkomst gehouden werd te beschieten. Daarbij zijn 5 doden en 25 gewonden gevallen. Eiser is ook gewond geraakt en is gevlucht naar het huis van een vriend, waar hij drie dagen is gebleven. In die periode is het huis van eiser in brand gestoken. Na die drie dagen is eiser naar het ziekenhuis gebracht, waar hij twee dagen heeft doorgebracht. Daarna is hij teruggegaan naar het huis van zijn vriend, waar hij ondergedoken heeft gezeten tot aan zijn vertrek in januari 2018. Hij kon niet eerder vertrekken omdat hij nog niet hersteld was van zijn verwondingen. Bij terugkeer naar Tsjaad vreest eiser dat hij vermoord zal worden door leden van de Zaghawa-stam. De wraaksituatie zal namelijk pas eindigen als zij eisers oom hebben vermoord. Tot die tijd zullen zij iedereen uit zijn familie vermoorden.
De rechtbank oordeelt als volgt.