ECLI:NL:RBDHA:2019:4786

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 mei 2019
Publicatiedatum
13 mei 2019
Zaaknummer
NL19.6478 en NL19.6480
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30b Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond: Georgië blijft veilig land van herkomst ondanks medische en schuldenproblemen

Eisers, Georgische nationaliteit houdend, dienden een asielaanvraag in met als grond dat eiseres verkeerde medicatie had gekregen in een Georgisch ziekenhuis, wat leidde tot complicaties, en dat zij vervolgens in Turkije behandeld werd. Na terugkeer in Georgië ondervonden zij problemen met schuldeisers, waarbij eiser mishandeld werd en zijn enkel brak.

De staatssecretaris wees de aanvragen af als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000, met het standpunt dat Georgië een veilig land van herkomst is. Eisers betwistten dit en stelden dat de medische problemen en mishandeling niet geloofwaardig waren.

De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat Georgië in hun situatie niet als veilig land van herkomst kon worden beschouwd. Tegenstrijdigheden in verklaringen over medische behandeling en mishandeling, het ontbreken van klachten bij medische instanties en het niet doen van aangifte van mishandeling, waren doorslaggevend.

De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en Georgië blijft een veilig land van herkomst.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL19.6478 en NL19.6480
V-nummers: [nummer 1] en [nummer 2]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres en

[naam 2], eiser,
hierna gezamenlijk te noemen: eisers,
(gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. L.M.F. Verhaegh).

ProcesverloopEisers hebben beroep ingesteld tegen de twee afzonderlijke besluiten van verweerder van 13 maart 2019.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL19.6479 en NL19.6481, plaatsgevonden op 18 april 2019.Eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Eisers hebben de Georgische nationaliteit. Eiseres is geboren op [geboortedatum] , eiser is geboren op [geboortedatum 2] . Op 20 februari 2019 hebben zij een asielaanvraag ingediend. Aan deze aanvraag hebben zij het volgende ten grondslag gelegd. Eiseres heeft medische problemen. In een ziekenhuis in Georgië heeft zij verkeerde medicijnen toegediend gekregen, waarna complicaties zijn ontstaan. Eiser heeft vervolgens geld geleend en daarna zijn eisers naar Turkije gegaan zodat eiseres daar behandeld kon worden. Toen het geld opraakte, zijn eisers uitgezet naar Georgië. Daar kreeg eiser problemen met de schuldeisers. Hij is mishandeld en daarbij is zijn enkel gebroken.
Bij de bestreden besluiten heeft verweerder de aanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers geloofwaardig. Ook acht verweerder geloofwaardig dat eiseres medische problemen heeft. Het verband tussen deze medische problemen en de problemen die eisers stellen te hebben ondervonden in Georgië acht verweerder echter niet aannemelijk.
Op wat eisers daartegen hebben aangevoerd, wordt hierna ingegaan.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Niet in geschil is dat Georgië in het algemeen kan worden beschouwd als een veilig land van herkomst. Het is daarom aan eisers om aannemelijk te maken dat dat in hun geval niet zo is.
5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het verband tussen de medische problemen van eiseres en de vervolgens door eiser ondervonden problemen met de schuldeisers niet geloofwaardig is. Daartoe heeft verweerder allereerst terecht overwogen dat eiseres niet met stukken heeft onderbouwd dat zij in een Georgisch ziekenhuis verkeerde medicatie heeft gekregen en als gevolg daarvan complicaties heeft ondervonden. Vervolgens is gesteld noch gebleken dat eisers hierover hebben geklaagd bij de arts, het ziekenhuis of een andere verantwoordelijke instantie. Verweerder stelt terecht dat dit in zo’n situatie de meest logische stap zou zijn. Niet valt in te zien dat eisers er in plaats daarvan voor gekozen zouden hebben om geld te lenen en naar Turkije te gaan voor medische behandeling. Bovendien heeft verweerder terecht opgemerkt dat eisers tegenstrijdig hebben verklaard over de reden waarom zij niet geklaagd hebben bij het Georgische ziekenhuis. Ook hebben eisers tegenstrijdig verklaard over de medische behandeling die eiseres in Turkije zou hebben gehad. Verder heeft verweerder terecht opgemerkt dat eiser heeft verklaard dat hij na hun terugkomst in Georgië niet meer heeft gewerkt, terwijl eiseres heeft verklaard dat eiser tot kort voor hun vertrek heeft gewerkt. De rechtbank stelt vast dat eisers in beroep niet hebben betwist dat zij tegenstrijdig hebben verklaard. Tot slot heeft verweerder terecht niet aannemelijk geacht dat eiser geen aangifte zou hebben gedaan van de mishandeling die zou hebben plaatsgevonden in opdracht van de schuldeisers. Dat eiser niet weet door wie hij is mishandeld, zoals in beroep is aangevoerd, betekent niet dat hij geen aangifte kon doen.
6. Het voorgaande betekent dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat Georgië in hun geval niet als veilig land van herkomst kan worden beschouwd. De stelling dat eisers in Georgië niet verzekerd zijn voor hun zorgkosten en dat daar geen klachtprocedure voor bestaat, kan zonder nadere onderbouwing niet leiden tot de conclusie dat Georgië zijn verdragsverplichtingen ten aanzien van eisers niet nakomt.
7. De beroepen zijn ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.A. Dijk, griffier.
griffier rechter
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.