ECLI:NL:RBDHA:2019:4818
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning afgewezen wegens voldoende onderbouwing
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en stelt dat deze te hoog is vastgesteld. Hij pleit voor een lagere waarde van €400.000 en voert aan dat de gemeente onrechtmatig andere vergelijkingsobjecten gebruikte dan in het taxatieverslag. Daarnaast vindt eiser het laakbaar dat de waarde niet zou kunnen worden aangepast vanwege een eerdere aanpassing in 2017.
De gemeente (verweerder) heeft de waarde van €408.000 gehandhaafd en onderbouwd met een waardematrix en foto’s van vergelijkingsobjecten. De rechtbank oordeelt dat de gemeente voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De vergelijkingsmethode is systematisch toegepast en de verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten zijn inzichtelijk gemaakt.
De rechtbank merkt op dat het toegestaan is om in verschillende fases van het geding nieuwe en verbeterde vergelijkingsobjecten aan te dragen. De waarde wordt per waardepeildatum opnieuw vastgesteld op basis van actuele feiten en omstandigheden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en draagt de gemeente op het griffierecht aan eiser te vergoeden vanwege de wisselende vergelijkingsobjecten. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en verweerder moet het griffierecht aan eiser vergoeden.