ECLI:NL:RBDHA:2019:4833
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onderduiken en verlenging overdrachtstermijn in Dublinprocedure asielaanvraag
Eiser, van Tunesische nationaliteit, diende op 8 februari 2018 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk werd geacht. De Franse autoriteiten hadden een verzoek tot overdracht geaccordeerd, maar verweerder kon de overdracht niet uitvoeren omdat eiser met onbekende bestemming was vertrokken.
Eiser stelde dat hij niet ondergedoken was en verwees naar zijn bereikbaarheid via zijn gemachtigde. Verweerder stelde dat eiser de opvanglocatie van het COA had verlaten zonder de autoriteiten te informeren, waardoor hij als ondergedoken moest worden beschouwd. De rechtbank toetste dit aan het arrest Jawo van het Hof van Justitie van de EU, waarin is bepaald dat onderduiken betekent dat de verzoeker doelbewust buiten bereik van de autoriteiten blijft.
De rechtbank concludeerde dat eiser de opvanglocatie had verlaten zonder de bevoegde autoriteiten te informeren, ondanks zijn meldplicht. Hierdoor was de overdrachtstermijn verlengd tot 18 maanden en bleef Nederland niet verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser terecht als ondergedoken wordt beschouwd en de overdrachtstermijn is verlengd.