ECLI:NL:RBDHA:2019:4925
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling neming asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Eritrese asielzoeker, heeft op 23 december 2018 in Nederland asiel aangevraagd. De staatssecretaris heeft zijn aanvraag niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening, waar eiser in 2015 al een asielverzoek had ingediend. Eiser voerde aan dat Zwitserland het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet verdient vanwege het risico op indirect refoulement en het ontbreken van subsidiaire bescherming voor Eritrese asielzoekers.
De rechtbank overwoog dat de staatssecretaris er in beginsel van uit mag gaan dat Zwitserland zijn verdragsverplichtingen nakomt. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Zwitserland een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro. Het feit dat Zwitserland zijn asielaanvraag heeft afgewezen en dat hoger beroep niet mogelijk is, leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank achtte de garanties van Zwitserland en de mogelijkheid tot rechtsmiddelen voldoende.
De rechtbank verwierp ook het betoog dat eiser in een juridische limbo zou belanden zonder opvang en verblijfsmogelijkheden. Indien Zwitserland zijn verplichtingen niet nakomt, moet eiser zich tot de Zwitserse autoriteiten wenden. Het beroep tegen het niet-in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.