Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
21] 29januari 2019. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft de rechtbank bericht niet ter zitting te zullen verschijnen.
Voorts volgt uit vaste rechtspraak van het EHRM, waaronder het arrest van Kopf en Liberda tegen Oostenrijk (ECLI:CE:ECHR:2012:0117JUD000159806) dat de vraag of sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, een vraag is van feitelijke aard en dat de beantwoording daarvan afhankelijk is van het daadwerkelijk bestaan van hechte persoonlijke banden. Zie in dit verband ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 19 januari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:175). Voor de beoordeling daarvan kunnen relevant zijn: eventuele samenwoning, de mate van financiële afhankelijkheid, de mate van emotionele afhankelijkheid, de gezondheid van betrokkene en de banden met het land van herkomst.
In het verweerschrift stelt verweerder dat, gelet op de overgelegde verklaringen over de medische situatie van eiseres alsmede de verklaringen van referente over de zelfredzaamheid van eiseres, reeds hierom niet geconcludeerd kan worden dat zij zich in haar laatste levensfase bevindt.
“Naar aanleiding van een zaak waarbij sprake was van een vreemdeling op hoge leeftijd die bij haar kinderen in Nederland wilde verblijven, moeten dossiers waaruit blijkt dan wel waarin gesteld wordt dat sprake is van vrijwel identieke omstandigheden aan de CSZ worden voorgelegd. Het gaat dan om die zaken die na toetsing aan andere beleidskaders (…) niet in aanmerking komen voor het verlenen van een verblijfsvergunning. (…)
3. Hoe te handelen
Omstandigheden die een zaak tot een vergelijkbaar geval zouden kunnen maken zijn de volgende.
* de vreemdeling heeft een zeer hoge leeftijd. Als richtsnoer geldt in beginsel een leeftijd van 80 jaar of ouder. Doorslaggevend is echter dat iemand zich in de laatste levensfase bevindt. Het is dus ook mogelijk dat een vreemdeling met een lagere leeftijd die zich in de laatste levensfase bevindt in aanmerking komt voor voorlegging aan de CSZ.
* de vreemdeling is zorg behoevend en/of hulpbehoevend;
* de vreemdeling is alleenstaand;
* er zijn alleen in Nederland kinderen die de zog voor de vreemdeling op zich kunnen nemen;
* Het kind of diens partner in Nederland heeft de Nederlandse nationaliteit (…);
* het kind of diens partner is in staat in het eigen onderhoud en dat van de oudere vreemdeling te voorzien.” Voorts wordt vermeld dat dit geen cumulatieve opsomming is. Om een zaak voor te leggen hoeven genoemde omstandigheden zich dus niet allemaal voor te doen. Evenmin is sprake van een uitputtende opsomming. Andere bijzondere/schrijnende omstandigheden kunnen ook een voorlegging rechtvaardigen.