ECLI:NL:RBDHA:2019:503
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op hogere reiskostenvergoeding voor defensieambtenaar wegens vaste jurisprudentie en ontbreken bijzondere omstandigheden
Eiser, werkzaam bij de Koninklijke Landmacht op een kazerne, maakte bezwaar tegen de berekening van zijn reiskostenvergoeding, die was vastgesteld op basis van de afstand van zijn woonadres tot de hoofdpoort van de kazerne. Hij stelde dat de afstand tot het gebouw waar hij werkt, enkele kilometers verderop, had moeten worden gehanteerd, en dat de kazerne als niet met openbaar vervoer bereikbaar had moeten worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat volgens vaste jurisprudentie de afstand tot de hoofdpoort moet worden genomen en dat de hardheidsclausule niet van toepassing is omdat de situatie niet uniek is voor eiser maar geldt voor alle medewerkers. Ook werd geoordeeld dat de kazerne terecht niet als niet met openbaar vervoer bereikbaar is aangemerkt, aangezien een door het ministerie van Defensie georganiseerde vervoersvoorziening aanwezig is, ook al is deze beperkt in frequentie.
Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank benadrukte dat de geringe extra afstand geen onbillijkheid van overwegende aard oplevert en dat het beleid omtrent bereikbaarheid en vergoeding consistent is met eerdere regelgeving en jurisprudentie.
Uitkomst: Het beroep van de defensieambtenaar tegen de berekening van zijn reiskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard.