Uitspraak
(gemachtigde: mr. A. Kara),
de invorderingsambtenaar van de gemeente Den Haag, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
Overwegingen
namens onze opdrachtgever, [EISERES]” in de e-mail van 14 augustus 2018 heeft het architectenbureau op zijn minst de schijn gewekt dat zij op dat moment de gemachtigde van eiseres was. Daaruit kon verweerder afleiden dat de beslissing tot ambtshalve vermindering, die het gevolg was van deze e-mail en het daaropvolgende overleg, naar het architectenbureau moest worden verzonden. Voor zover eiseres heeft willen stellen dat zij niet bekend is geworden met de ambtshalve vermindering merkt de rechtbank op dat de uitspraak-acceptgiro met het verminderde bedrag naar haar adres is verzonden en niet is gebleken dat deze door haar niet is ontvangen. Eiseres mag geacht worden bekend te zijn met deze vermindering. Gelet op het bovenstaande verwijst verweerder in zijn verweerschrift terecht naar artikel 7, tweede lid, van de Kostenwet.
N.B. : 1. Voor eventuele vragen kunt u het bovengenoemde telefoonnummer bellen”. Indien en voor zover er al sprake is van een zorgplicht heeft verweerder hieraan voldaan. Gelet hierop, had het op de weg gelegen van eiseres om met verweerder contact op te nemen voor zover er bij haar nog vragen bestonden over de hoogte van het legesbedrag. Van schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur is aldus geen sprake.
Houdt u er wel rekening mee, dat over het uiteindelijk te betalen bedrag invorderingsrente in rekening wordt gebracht”. Op de diverse acceptgiro’s is bovendien opgenomen dat het totaal te betalen bedrag “
exclusief eventueel nog te betalen invorderingsrente” is. Zonder nadere onderbouwing ziet de rechtbank in de enkele stelling van eiseres dat zij het in rekening gebrachte bedrag aan invorderingsrente niet kan berekenen, onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat dit bedrag te hoog is. De in rekening gebrachte kosten zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 2 en Pro artikel 3, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen (de Kostenwet).