Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Beschikking van de kinderrechter
[de man] ,
[de vrouw]
Het procesverloop
Feiten
Verzoek en verweer
Beoordeling
Beslissing
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland tot wijziging van de omgangsregeling tussen de vader en zijn twee minderjarige kinderen. De vader en moeder zijn gescheiden en hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag. De kinderen verblijven feitelijk bij de moeder en hebben drie weekenden per maand omgang met de vader.
De gecertificeerde instelling verzocht om tijdelijke stopzetting van de omgang vanwege ernstige zorgen over de veiligheid van de moeder en kinderen. Dit volgde op een gesprek tussen politie, een specialist eergerelateerd geweld en de vader, waarbij zorgelijke uitspraken van de vader werden gedaan die duidden op dreiging van eergerelateerd geweld. De politie achtte het noodzakelijk het gezin op een schuiladres te plaatsen.
De rechtbank oordeelde dat de belangen van de minderjarigen zwaarder wegen en besloot op grond van artikel 1:265g BW en artikel 223 Rv Pro de omgang met onmiddellijke ingang te schorsen als voorlopige voorziening, totdat de bodemprocedure wordt behandeld. De zitting voor de verdere behandeling is vastgesteld op 26 april 2019.
De beschikking is gegeven door kinderrechter D.G.J. Dop en griffier P. Kok en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De omgangsregeling met de vader wordt met onmiddellijke ingang geschorst als voorlopige voorziening wegens dreiging en veiligheidsoverwegingen.