Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
- “Op weergegeven tijdstip 14:25:14 uur is te zien dat [eigenaar van de slagerij] de slagerij binnenloopt. In zijn linkerhand is te zien dat hij een doosje, vermoedelijk een pakje sigaretten, vasthoudt en dat hij een goudkleurig horloge draagt. [eigenaar van de slagerij] loopt achter de verkoopbalie en legt het doosje neer op de tweede plank van onder van het schap aan de wand achter de balie. Hierna draait [eigenaar van de slagerij] zich af van de camera en lijkt hij [slachtoffer ] te begroeten. [eigenaar van de slagerij] draait hierna weer richting het schap en legt een glimmend voorwerp op dezelfde plek in het schap waar hij eerder het doosje neerlegde. [eigenaar van de slagerij] loopt hierna naar een hakblok achterin de zaak en pakt hier een hakmes vanaf. Terwijl [eigenaar van de slagerij] naar het hakblok loopt is te zien dat hij geen horloge meer draagt om zijn linker pols. Kennelijk heeft hij deze afgedaan en in het schap neergelegd. Het hakmes legt hij neer naast een weegschaal achter de toonbank. [eigenaar van de slagerij] pakt een doos met ogenschijnlijk verpakkingsmateriaal van de toonbank af en plaatst deze bovenop het hakmes. Het is dan 14:15:40 uur.
- Op weergegeven tijdstip 14:25:56 uur is te zien dat [eigenaar van de slagerij] de achterkamer van de slagerij inloopt en dat [slachtoffer ] hem volgt. Vanaf weergegeven tijdstip 14:28:17 uur hebben [eigenaar van de slagerij] en [slachtoffer ] een gesprek in de deuropening van de achterkamer. Ik zag dat [eigenaar van de slagerij] gebaart naar de voordeur van de slagerij en daarna wijst naar zijn telefoon. Hierna wijst [eigenaar van de slagerij] wederom naar de voordeur en maakt hij met zijn linkerhand een gebaar dat ik interpreteer als het afsluiten of op slot draaien van iets. Dit gebaar wordt gevolgd door een wegwuivend gebaar in de richting van de deur. Daarna wijst hij nog twee maal in de richting van de voordeur en vervolgens in de richting van de achterkamer. Hierna trekt [slachtoffer ] zich terug in de achterkamer en bedient [eigenaar van de slagerij] zelf een aantal klanten. Het is dan 14:28:36 uur.
- Op weergegeven tijdstip 14:29:51 uur is te zien dat [eigenaar van de slagerij] een aantal klanten bedient terwijl [slachtoffer ] zich in de achterkamer van de slagerij ophoudt.
- Op weergegeven tijdstip 14:36:19 uur is te zien dat [slachtoffer ] zich nabij de deur van de achterkamer ophoudt en dat [eigenaar van de slagerij] de achterkamer uitloopt met tussen de wijsvinger en duim van zijn rechterhand een transparante wegwerpaansteker. [slachtoffer ] lijkt de aansteker aan te willen nemen met zijn linkerhand. [eigenaar van de slagerij] maakt een vuist van zijn rechterhand met de aansteker in het midden van zijn vuist. Hij doet dit twee keer en geeft daarna de aansteker aan [slachtoffer ] en maakt hierna nog een keer een vuist terwijl hij kijkt naar [slachtoffer ] . [slachtoffer ] loopt naar de deuropening van de achter kamer en balt zijn rechter vuist. [eigenaar van de slagerij] loopt daarna richting de achterzijde van de toonbank en reikt met zijn rechterhand in zijn rechterbroekzak, haalt daar een klein voorwerp uit en toont deze snel aan [slachtoffer ] . Hierna steekt hij zijn hand weer in zijn broekzak en loopt naar [slachtoffer ] toe. [eigenaar van de slagerij] haalt hierna zijn rechterhand uit zijn broekzak waarbij zijn rechterhand een vuist maakt. [eigenaar van de slagerij] maakt een slaande beweging met zijn rechtervuist naast, maar in de richting van [slachtoffer ] en opent daarna zijn rechtervuist. Op de rechterhand van [eigenaar van de slagerij] is op dat moment een voorwerp te zien dat qua afmetingen mogelijk ook een aansteker zou kunnen zijn.
- Op weergegeven tijdstip 14:36:38 uur doet [eigenaar van de slagerij] een stap in de richting van de entree en draait zich daarna om in de richting van [slachtoffer ] . De rechterhand van [slachtoffer ] is op dat moment nog steeds een vuist. Hierop maakt [eigenaar van de slagerij] weer een vuist van zijn hand en heft deze op tot borsthoogte. [slachtoffer ] spiegelt deze handeling waarop [eigenaar van de slagerij] doorloopt naar de entree van de slagerij waar hij blijft staan aan de buitenzijde van de entree. [eigenaar van de slagerij] blijft tot 14:38:25 uur in de deuropening staan en loopt vervolgens weer de slagerij in. Hierna bedient [slachtoffer ] een klant en neemt [eigenaar van de slagerij] plaats in de vensterbank nabij de entree van de winkel. Onderweg naar de achterkant van de toonbank is te zien dat [slachtoffer ] met zijn linkerhand in zijn linker voorbroekzak gaat, hij er iets uit lijkt te halen en dat hij dit overneemt in zijn rechter hand. [slachtoffer ] maakt een vuist van zijn rechterhand en kijkt hier naar. Dan is te zien dat hij met zijn rechterhand een vuist maakt en dat hij een gele wegwerpaansteker neerlegt op het werkblad aan de rechterzijde van de weegschaal.
- Op weergegeven tijdstip 14:43:32 uur is te zien dat [eigenaar van de slagerij] opstaat en naar de achterkant van het winkelgedeelte loopt. In zijn rechterhand heeft hij losjes een donker voorwerp vast, ik zag dat [eigenaar van de slagerij] terugliep in de richting van de entree van de slagerij en dat hij bij het teruglopen een vuist van zijn rechterhand maakt. [slachtoffer ] staat op dat moment ook nabij de entree bij het zitje. Vanaf dit moment is [eigenaar van de slagerij] totdat [verdachte] om 15:08:12 uur de slagerij binnenloopt onafgebroken nabij de entree van de slagerij gebleven.
- Op weergegeven tijdstip 14:52:20 uur is te zien dat [slachtoffer ] de gele transparante wegwerpaansteker weer oppakt van naast de weegschaal en dat hij deze in zijn rechterhand neerlegt. Ik zag zat [slachtoffer ] , terwijl hij de aansteker midden in zijn rechterhand hield, een vuist maakt en dat hij met deze vuist twee maal zacht tegen zijn geopende linkerhand sloeg. Hierna legt [slachtoffer ] de aansteker weer op dezelfde plek neer als waar hij hem van had opgepakt.
- Op weergegeven tijdstip 15:10:30 uur is te zien dat [slachtoffer ] , nadat hij een aantal klanten had geholpen, richting de achterkant van het winkelgedeelte loopt en dat hij met zijn linkerhand de gele, transparante, wegwerpaansteker van de verkoopbalie afpakt, dat hij deze in zijn rechterhand doet. Hierbij loopt hij, nog altijd achter de verkoopbalie, in de richting van [verdachte] , [getuige 1] en [eigenaar van de slagerij] . [slachtoffer ] lijkt zich af en toe kort te mengen in het gesprek terwijl hij klanten bedient. Hierna is te zien dat [slachtoffer ] om de verkoopbalie heenloopt en even stilstaat bij [verdachte] , [getuige 1] en [eigenaar van de slagerij] . Hierna loopt [slachtoffer ] naar de achterkant van het winkelgedeelte en verdwijnt hij voor de duur van enkele seconden uit het zicht van de camera. Als [slachtoffer ] het beeld om 15:11:21 uur weer inloopt, is de gele aansteker niet meer te zien in een van zijn handen.
- “Ik zie op weergegeven tijdstip 14:53:12 uur op CAM2 dat [eigenaar van de slagerij] en [slachtoffer ] nabij de entree van de slagerij wachten. [eigenaar van de slagerij] houdt zich hierna voornamelijk op nabij de entree van de winkel en kijkt frequent op zijn mobiele telefoon. [slachtoffer ] bedient in de tijd hierna enkele klanten en houdt zich voornamelijk op nabij de toonbank van de slagerswinkel.
- Ik zie op weergegeven tijdstip 15:08:15 uur op zowel CAM2 als CAM3 dat [verdachte] gelijktijdig met een man, hierna NN1 (de rechtbank begrijpt: [getuige 1] ), de slagerswinkel inloopt en dat zij door [eigenaar van de slagerij] worden begroet en dat ze vervolgens met hem in gesprek gaan. Ik zie dat [verdachte] en [eigenaar van de slagerij] plaatsnemen in de vensterbank rechts naast de entree en dat NN1 erbij blijft staan. (…)
- Vlak voordat [verdachte] de ruimte betreedt is hij relatief dicht bij CAM2 waarbij opgemerkt moet worden dat [verdachte] op dit moment geen zichtbaar letsel heeft in zijn gezicht. (…)
- Ik zie op weergegeven tijdstip 15:17:20 uur op CAM3 dat [eigenaar van de slagerij] uit de ruimte middenin de slagerij loopt in de richting van de ruimte waar [verdachte] (…) zojuist inliep(…). Op het moment dat [eigenaar van de slagerij] voor de deuropening staat, verschijnt ook [verdachte] in de deuropening waarna de twee de ruimte betreden met [eigenaar van de slagerij] voorop. (…)
- Ik zie op weergegeven tijdstip 15:19:37 uur op zowel CAM2 als CAM3 dat een drietal vrouwelijke klanten, waarvan een met een kinderwagen, de winkel binnenlopen en door [slachtoffer ] worden bediend. Na het helpen van deze klanten verlaten ze de winkel en [slachtoffer ] volgt ze naar de deur. Op weergegeven tijdstip 15:21:15 uur sluit [slachtoffer ] de winkeldeur en sluit hij deze af. Te zien is dat [slachtoffer ] de deur met zijn linkerhand dichtdrukt terwijl hij met zijn rechterhand een opdekslot vastheeft. De entreedeur heeft aan de binnenzijde geen deurkruk. Na het afsluiten van de entreedeur loopt [slachtoffer ] naar de achterzijde van de winkel en loopt hij de ruimte in waar eerder [verdachte] en [eigenaar van de slagerij] waren ingelopen. De weergegeven tijd is dan 15:21:35 uur.
- Ik zie op weergegeven tijdstip 15:21:45 uur op zowel CAM2 als CAM3 dat [eigenaar van de slagerij] met zijn linkerschouder en hoofd (de rechtbank begrijpt: uit) de deuropening van de achterruimte komt en dat hij in de richting van de entree van de winkel kijkt. Hierna sluit hij de deur van de achterruimte. Ik zie op weergegeven tijdstip 15:22:42 uur op zowel CAM2 als CAM3 dat de deur van de achterruimte zich plots opent op een kier van zo’n 10 centimeter om vervolgens direct weer te sluiten. Vijf seconden hierna opent de deur wederom en is zichtbaar dat [verdachte] de ruimte probeert te verlaten, maar dat hem dit niet lijkt te lukken. Wanneer [verdachte] dan toch de ruimte verlaat is te zien dat [eigenaar van de slagerij] hem beet heeft bij zijn rechterarm. [verdachte] loopt, terwijl [eigenaar van de slagerij] hem bij zijn rechterarm beet houdt, richting de entree van de winkel.
- Op hetzelfde moment dat [eigenaar van de slagerij] [verdachte] belet verder te lopen, is te zien dat [slachtoffer ] , enigszins gebogen, de deur van de achterruimte uitloopt. Hij pakt zich vast aan de vitrine een meter voor hem en zakt ineen. Hierna is te zien dat [slachtoffer ] vanaf dit moment niet meer beweegt (…).
4.De strafbaarheid van het feit en strafbaarheid van de verdachte
7.De vordering van de benadeelde partij
13.De beslissing
doodslag;