ECLI:NL:RBDHA:2019:5156
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid bekering tot christendom in Iran
Eiser, van Iraanse nationaliteit, verzocht asiel op grond van zijn bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende problemen in Iran. Verweerder heeft zijn identiteit en herkomst geloofwaardig geacht, maar de afvalligheid van de islam en bekering tot het christendom als ongeloofwaardig beoordeeld en de asielaanvraag afgewezen.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd hoe de afvalligheid was beoordeeld en dat hij wel degelijk een diepgewortelde overtuiging had, ondersteund door een rapport en verklaringen van derden. Verweerder paste echter een vaste gedragslijn toe (WI 2018/10) en vond dat eiser onvoldoende inzicht gaf in zijn bekering, de motieven, het proces en zijn persoonlijke beleving.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht niet aannam dat sprake was van afvalligheid of een oprechte bekering. Eisers verklaringen waren oppervlakkig, onvolledig en onvoldoende onderbouwd, terwijl het risico en de maatschappelijke onacceptatie van bekering in Iran juist een diepgewortelde overtuiging vereisen.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldeed aan de criteria voor toelating op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van de bekering tot het christendom.