ECLI:NL:RBDHA:2019:5184
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende reisdoel en geringe binding met land van herkomst
Eiseres, een Pakistaanse vrouw, heeft een visumaanvraag voor kort verblijf ingediend om familie te bezoeken in Nederland. De aanvraag is afgewezen omdat het doel van het verblijf onvoldoende was toegelicht en eiseres onvoldoende sociale en economische binding met Pakistan heeft.
De rechtbank overweegt dat eiseres niet heeft toegelicht waarom zij de neef van haar echtgenoot in Nederland bezoekt in plaats van haar echtgenoot in het Verenigd Koninkrijk. Ook is vastgesteld dat eiseres slechts geringe binding heeft met Pakistan, mede doordat haar echtgenoot in het buitenland woont en haar zoon mee reist.
Hoewel eiseres stelt eerder tijdig teruggekeerd te zijn uit het buitenland, biedt dit geen garantie voor nu. De rechtbank concludeert dat de minister terecht het visum heeft geweigerd en het bezwaar ongegrond is verklaard. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er volgt geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard.