ECLI:NL:RBDHA:2019:5206
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nabetaling AOW-uitkering volledig belast in jaar van ontvangst
Eiser ontving in 2015 een nabetaling van zijn AOW-uitkering over de periode mei 2011 tot en met april 2015 ter grootte van €17.906 bruto. De vraag was of deze nabetaling volledig moest worden belast in 2015 of verdeeld moest worden over de jaren waarop de uitkering betrekking had.
De Belastingdienst legde de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2015 op inclusief de volledige nabetaling als belastbaar inkomen uit werk en woning (biww). Eiser stelde dat de nabetaling naar de jaren van herkomst moest worden toegerekend en verzocht om vermindering van de aanslag.
De rechtbank oordeelde dat op grond van de artikelen 3.100, 3.101 en 3.146 van de Wet IB 2001 de AOW-uitkering wordt geacht te zijn genoten in het jaar van ontvangst. Omdat de nabetaling in 2015 is ontvangen, behoort deze volledig tot het biww over 2015. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast merkte de rechtbank op dat het uitsmeren van de nabetaling over de jaren van herkomst voor eiser weinig voordeel zou opleveren en dat de rechter gebonden is aan de wet zonder billijkheidstoets. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat de nabetaling van de AOW-uitkering volledig behoort tot het belastbaar inkomen over 2015 en verklaart het beroep ongegrond.