Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eisers 1], v-nummer [v-nummer] en [eisers 2], v-nummer [v-nummer], eisers
[kind]v-nummer [v-nummer]
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben een asielaanvraag ingediend die niet in behandeling is genomen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, omdat op grond van de Dublinverordening Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Eisers voerden aan dat nader medisch onderzoek door het Bureau Medisch Advies (BMA) nodig was en dat zij vrezen voor vervolging door familie in Frankrijk.
De rechtbank stelt vast dat Frankrijk inderdaad verantwoordelijk is en dat eisers geen medische stukken hebben overgelegd waaruit een ernstige verslechtering van hun gezondheid bij overdracht blijkt. Daarom was nader onderzoek door het BMA niet noodzakelijk. Ook is geen aanleiding om op grond van bijzondere omstandigheden de overdracht aan Frankrijk te weigeren.
De rechtbank overweegt dat op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden aangenomen dat medische zorg in Frankrijk vergelijkbaar is met die in Nederland. Daarnaast geldt dat medische gegevens tussen Nederland en Frankrijk worden uitgewisseld mits eisers daarmee instemmen, zodat passende zorg kan worden geboden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Eisers kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.