ECLI:NL:RBDHA:2019:5226
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en terugkeerbesluit zonder schorsende werking niet vernietigd
Eiser diende op 1 maart 2019 een asielaanvraag in, die bij besluit van 2 april 2019 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Dit besluit fungeerde tevens als terugkeerbesluit. Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing, stellende dat het terugkeerbesluit ten onrechte geen schorsende werking had, in strijd met het arrest Gnandi van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
De rechtbank overwoog dat de Terugkeerrichtlijn het gelijktijdig afwijzen van een asielaanvraag en het vaststellen van een terugkeerbesluit toestaat, mits de rechtsgevolgen van het terugkeerbesluit worden geschorst zolang het beroep loopt. In deze zaak was geen schorsende werking verleend, maar eiser had tijdig een verzoek om voorlopige voorziening ingediend en mocht de behandeling daarvan in Nederland afwachten.
De voorzieningenrechter had inmiddels uitspraak gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening. De rechtbank concludeerde dat eiser door het ontbreken van schorsende werking niet in zijn belangen was geschaad, zodat het gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro kon worden gepasseerd. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,-.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard, met veroordeling van verweerder in de proceskosten van €512,-.