ECLI:NL:RBDHA:2019:5227
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardig bekeringproces tot christendom
Eiseres heeft een asielaanvraag ingediend op grond van een bekeringproces tot het christendom en stelde dat zij in Iran gevaar liep vanwege haar bezoek aan een huiskerk. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat hij de verklaringen over het bekeringproces en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig achtte. De rechtbank toetste dit oordeel en concludeerde dat verweerder terecht de geloofwaardigheid van het bekeringproces in twijfel trok vanwege inconsistenties in het relaas van eiseres en het ontbreken van voldoende kennis en voorbereiding.
Daarnaast achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat eiseres door haar bezoek aan de huiskerk in negatieve belangstelling van de Iraanse autoriteiten zou staan, mede omdat zij legaal naar Istanbul kon reizen en de Facebookposts niet overtuigend aan haar konden worden toegeschreven. De rechtbank vond dat verweerder niet onredelijk handelde bij het beoordelen van de geloofwaardigheid en dat de overige bezwaren van eiseres, zoals het gebruik van een vals paspoort, geen bespreking behoefden.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Meijers en griffier L. Heekelaar op 20 mei 2019. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig bekeringproces.