ECLI:NL:RBDHA:2019:53
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ondeugdelijke motivering geloofwaardigheid bekering
Eiser, een Iraanse asielzoeker, heeft een verblijfsvergunning asiel aangevraagd op grond van zijn bekering tot het christendom. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, wees de aanvraag af omdat hij de geloofwaardigheid van de bekering niet aannemelijk achtte. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende en ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom bepaalde verklaringen van eiser over zijn bekering ongeloofwaardig zouden zijn.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende heeft toegelicht waarom het ongeloofwaardig zou zijn dat eiser zijn verhuurder, die christen is, in vertrouwen nam over zijn beweegredenen om zijn huur op te zeggen en waarom het niet geloofwaardig zou zijn dat eiser financiële hulp ontving van deze verhuurder. Ook acht de rechtbank de kritiek op het ontbreken van expliciete gesprekken over het christelijke geloof tijdens een reis onvoldoende gemotiveerd.
Verder is het oordeel van verweerder dat het onwaarschijnlijk is dat eiser zich interesseerde in het christendom zonder expliciete zoektocht niet overtuigend. De rechtbank benadrukt dat verweerder te veel gewicht heeft toegekend aan deze punten zonder een integrale beoordeling van de geloofwaardigheid van de bekering.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij een volledige en deugdelijke geloofwaardigheidsbeoordeling moet worden uitgevoerd volgens de geldende werkinstructie. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.