ECLI:NL:RBDHA:2019:5309
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondernemerschap en navorderingsaanslagen huisarts binnen coöperatie
Eiseres, huisarts en lid van een coöperatie die medische werkzaamheden factureert, betwistte navorderingsaanslagen IB/PVV voor de jaren 2011 tot en met 2015. De rechtbank onderzocht of zij als ondernemer kwalificeert volgens de Wet IB 2001.
De rechtbank stelde vast dat de coöperatie een zelfstandige rechtspersoon is en dat het lidmaatschap daarvan niet automatisch ondernemerschap inhoudt. Eiseres bracht haar werkzaamheden via facturen in rekening bij de coöperatie, die de betalingen ontving en aangifte vennootschapsbelasting deed. Er was geen bewijs dat eiseres zelfstandig en voor eigen rekening handelde.
Verder oordeelde de rechtbank dat een terugwerkende wijziging van de ondernemingsstructuur niet mogelijk is en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen bindende toezegging is gedaan tijdens een gesprek in januari 2018. De navorderingsaanslagen en aanslag zijn daarom terecht en de beroepen ongegrond verklaard.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en aanslag IB/PVV zijn terecht opgelegd en de beroepen worden ongegrond verklaard.