ECLI:NL:RBDHA:2019:5364
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gevangenisstraf en tbs voor poging tot doodslag en mishandelingen na verkeersincident
Op 16 april 2018 vond een verkeersincident plaats in Den Haag waarbij verdachte betrokken was. Na het incident mishandelde hij twee personen en stak hij een derde persoon met een mes. De rechtbank onderzocht of de verdachte zich schuldig had gemaakt aan poging tot zware mishandeling en poging tot doodslag.
De officier van justitie eiste vrijspraak voor poging tot zware mishandeling van het tweede slachtoffer, maar wilde bewezenverklaring voor mishandeling van beide slachtoffers en poging tot doodslag van het derde slachtoffer. De verdediging betoogde dat de verdachte slechts met de vlakke hand had geslagen en dat het mesgebruik een afweerhandeling was zonder opzet.
De rechtbank oordeelde dat poging tot zware mishandeling niet bewezen was, maar mishandeling van beide slachtoffers wel. De poging tot doodslag werd wel bewezen verklaard, omdat de verdachte bewust met een mes in de borst van het derde slachtoffer stak. De verdachte werd veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en opgelegd werd tevens tbs met dwangverpleging vanwege een ernstige persoonlijkheidsstoornis en hoog recidivegevaar.
De rechtbank kende de benadeelde partij gedeeltelijke schadevergoeding toe van €856,11 plus wettelijke rente, en wees overige schadevorderingen af. De straf en maatregel zijn gebaseerd op artikel 36f, 37a, 37b, 45, 57, 287 en 300 Sr. Het vonnis werd uitgesproken op 27 mei 2019 door de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging wegens poging tot doodslag en mishandelingen.