ECLI:NL:RBDHA:2019:5581
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens niet-ontvankelijkheid door te late indiening
Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die de hoofdzaak behandelde. Het verzoek tot wraking werd ingediend na een comparitie van partijen, waarbij verzoeker van mening was dat de kantonrechter onvoldoende onpartijdig was vanwege diverse procedurele en inhoudelijke bezwaren.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat een wrakingsverzoek tijdig moet worden ingediend, namelijk direct nadat de omstandigheden die aanleiding geven tot wraking bekend zijn geworden. Hoewel verzoeker stelde pas later te hebben ontdekt dat wraking mogelijk was, bood dit geen voldoende juridische verklaring voor de vertraging.
Omdat het wrakingsverzoek pas 13 dagen na de comparitie schriftelijk werd ingediend, werd het verzoek als te laat beschouwd en niet-ontvankelijk verklaard. De wrakingskamer zag daarom geen aanleiding tot inhoudelijke beoordeling en wees het verzoek af, waarna de hoofdzaak werd voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens te late indiening zonder geldige reden.