ECLI:NL:RBDHA:2019:5619
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting wegens gefingeerde aftrekposten niet onrechtmatig
Eiseres diende voor de jaren 2013 tot en met 2015 aangiften inkomstenbelasting in met aftrek van specifieke zorgkosten en scholingsuitgaven. De Belastingdienst accepteerde aanvankelijk deze aftrekposten en legde definitieve aanslagen op. Later ontstond op basis van een FIOD-onderzoek, waarbij een CHI-Kwadraat toets werd toegepast, het sterke vermoeden dat de door de gemachtigde van eiseres ingediende aftrekposten gefingeerd waren.
Naar aanleiding hiervan legde de Belastingdienst navorderingsaanslagen op. Eiseres voerde aan dat geen sprake was van een nieuw feit en dat de aftrekposten terecht waren opgevoerd. Tevens stelde zij dat zij ten onrechte niet was gehoord in de bezwaarprocedure. De rechtbank oordeelde dat het resultaat van het FIOD-onderzoek een nieuw feit vormde, dat rechtvaardigde navordering mogelijk maakte.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiseres de aftrekposten niet aannemelijk had gemaakt, ondanks meerdere kansen om bewijsstukken te overleggen. De hoorplicht was niet geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De beroepen werden ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen gehandhaafd.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen worden gehandhaafd omdat sprake is van een nieuw feit en de aftrekposten niet aannemelijk zijn gemaakt.