ECLI:NL:RBDHA:2019:5678
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugkeerbevel wegens ontbreken procesbelang
Eiser, met verblijfsrecht in Spanje, ontving op 21 september 2018 een terugkeerbevel om Nederland te verlaten. Na het niet naleven van dit bevel werd op 10 oktober 2018 een terugkeerbesluit opgelegd en werd eiser uitgezet naar Marokko. Eiser maakte bezwaar tegen het terugkeerbevel, maar het beroep werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard omdat het terugkeerbesluit inmiddels in rechte vaststaat en eiser geen procesbelang meer heeft.
De rechtbank constateerde procedurele en materiële onzorgvuldigheden bij het terugkeerbevel, zoals het ontbreken van het bevel in het procesdossier, onduidelijkheden over uitreikingstijdstippen, taalgebruik en het ontbreken van rechtsbijstand. Ondanks deze tekortkomingen oordeelde de rechtbank dat vernietiging van het terugkeerbevel onvoldoende zou zijn om het vaststaande terugkeerbesluit en de bewaring te herzien.
Daarom werd het beroep afgewezen wegens gebrek aan procesbelang, maar verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser vanwege de onzorgvuldigheden. Eiser werd vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van de rechtbank Den Haag op 16 april 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbevel wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang, maar verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.