Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juni 2019 in de zaak tussen
[eiseres], wonende te [plaats], eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Peildata
Rechtbank Den Haag
Eiseres en haar ex-partner waren juridisch elk voor 50% eigenaar van een woning, maar sinds 2013 woont de ex-partner niet meer in de woning en vanaf 1 januari 2014 draagt eiseres alle lasten en risico's van de woning. De rechtbank stelt vast dat eiseres vanaf die datum de volledige economische eigendom bezit.
De Belastingdienst had de woning voor 50% aan eiseres toegerekend bij de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2016. Eiseres betwistte dit en stelde dat de woning voor 100% aan haar moet worden toegerekend op grond van economische eigendom.
De rechtbank concludeert dat de juridische eigendom niet doorslaggevend is, maar dat de economische eigendom bepalend is voor de fiscale toerekening. Gezien de echtscheidingsbeschikking en feitelijke situatie draagt eiseres vanaf 2014 alle lasten en risico's, waardoor zij de volledige economische eigendom heeft.
Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de belastingrente dienovereenkomstig aangepast. De rechtbank draagt verder op het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden.
Uitkomst: De woning wordt voor 100% aan eiseres toegerekend voor de inkomstenbelasting 2016, waardoor de aanslag wordt verminderd.