ECLI:NL:RBDHA:2019:5956
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vertrektermijn en inreisverbod in asielzaak Oekraïense familie
Eiseres, een Oekraïense vrouw met haar echtgenoot en twee kinderen, vroeg asiel aan in Nederland vanwege vermeende discriminatie en onveiligheid in Oekraïne en Libië. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond omdat Oekraïne als veilig land van herkomst geldt en eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat zij geen bescherming kan krijgen.
De rechtbank overwoog dat eiseres behoort tot een religieuze minderheid die mogelijk wordt gediscrimineerd, maar dat zij geen aangifte had gedaan of bescherming had gezocht bij autoriteiten. De aangevoerde rapporten en jurisprudentie boden onvoldoende grond om Oekraïne niet als veilig land te beschouwen. De afwijzing van de asielaanvraag bleef daarom in stand.
Wel oordeelde de rechtbank dat het opleggen van een vertrektermijn van nul dagen en een inreisverbod voor eiseres niet redelijk was. Dit zou leiden tot scheiding van het gezin en inbreuk maken op het recht op gezinsleven. Daarom vernietigde de rechtbank deze onderdelen van het besluit en bepaalde een vertrektermijn van vier weken. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De asielaanvraag wordt afgewezen, maar de vertrektermijn en het inreisverbod worden vernietigd en vervangen door een vertrektermijn van vier weken.