ECLI:NL:RBDHA:2019:5962
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering en homoseksuele gerichtheid
Eiser, van Iraanse nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerdere aanvraag wegens homoseksuele gerichtheid was afgewezen als ongeloofwaardig. Hij stelde dat hij zich tijdens de eerste procedure tot het christendom had bekeerd en dat hij vanwege zijn bekering en geaardheid niet naar Iran kon terugkeren.
De rechtbank overwoog dat eiser in de eerdere procedure niets had verklaard over zijn bekering, hetgeen afbreuk doet aan de geloofwaardigheid. Zijn motieven en kennis van het christendom werden onvoldoende aannemelijk gemaakt. Ook de gestelde bekendmaking van zijn bekering aan familie en de Iraanse autoriteiten werd niet geloofwaardig bevonden.
Verweerder had de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond en een inreisverbod opgelegd. De rechtbank vond dat dit terecht was en dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd voor zijn vrees voor vervolging. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag is ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar.