ECLI:NL:RBDHA:2019:5965
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Eritrese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk op grond van het claimakkoord en de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat het gezinsleven met zijn partner en kind in Nederland toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening rechtvaardigt.
De rechtbank overwoog dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat er geen bijzondere, individuele omstandigheden zijn die een onevenredige hardheid opleveren bij overdracht aan Frankrijk. Het gezinsleven dat na aankomst in Nederland is ontstaan, leidt niet automatisch tot toepassing van artikel 17. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat artikel 9 Dublinverordening Pro niet van toepassing is in deze situatie.
Verweerder mocht het standpunt innemen dat het feit dat eiser en zijn partner pas in Nederland een gezin zijn geworden, en dat bezoek en verblijf in Frankrijk mogelijk zijn, geen reden is om de asielaanvraag onverplicht in behandeling te nemen. Ook de zwangerschap van de partner vormt geen bijzondere omstandigheid. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.