Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[gedaagde 1] te [plaats 1] ,
[gedaagde 2]te [plaats 1] ,
[gedaagde 3]te [plaats 2] ,
[gedaagde 4]te [plaats 3] ,
1.De procedure
2.De feiten
, waardoor wij ons echt zorgen maken over onze eigen veiligheid.
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
“Ik ben een voorbeeldfiguur. Als ik nu doe alsof alles in orde is, spoor ik daarmee andere meisjes aan om ook mee te doen, terwijl wat hier gebeurt niet ok is”geciteerd. Voor het overige is niet gebleken dat [gedaagde 5] de pers zelf te woord heeft gestaan. Weliswaar is bij een aantal publicaties haar foto geplaatst, maar niet gebleken is dat ten behoeve van die publicaties contact met [gedaagde 5] is gezocht en evenmin dat bedoelde foto’s met instemming van [gedaagde 5] zijn gepubliceerd. In haar hiervoor geciteerde uitlating kan wellicht een indirecte verwijzing worden gelezen naar de door de overige gedaagden aan het adres van [eiser] gemaakte verwijten, maar dit enkele citaat is onder de hiervoor vermelde omstandigheden onvoldoende om de conclusie te kunnen dragen dat [gedaagde 5] zich schuldig heeft gemaakt aan een onrechtmatige aantasting van de eer en goede naam van [eiser] . Nu evenmin is gebleken dat [gedaagde 5] zich hieraan op korte termijn alsnog schuldig zal maken, ligt de vordering van [eiser] jegens [gedaagde 5] reeds op grond hiervan voor afwijzing gereed.