ECLI:NL:RBDHA:2019:6015
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en nationaliteit
Eiser vroeg asiel aan en stelde de Syrische nationaliteit te bezitten. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege ongeloofwaardigheid van de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser. Eiser voerde aan dat hij niet kon meewerken aan het gehoor vanwege medische redenen en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de verklaringen van eiser ongeloofwaardig achtte, mede omdat eiser geen bewijs leverde voor zijn stellingen over een dubbelganger en omdat hij weigerde mee te werken aan het gehoor. Het medisch advies was voldoende gemotiveerd en de medische situatie bood geen reden voor heropening van het onderzoek.
Verder stelde de rechtbank vast dat verweerder de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond mocht afwijzen en dat er geen aanleiding was voor een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Het opgelegde inreisverbod werd bevestigd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het opgelegde inreisverbod wordt ongegrond verklaard.