ECLI:NL:RBDHA:2019:6021
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksualiteit
Eiser, een Afghaanse jongeman, heeft meerdere asielaanvragen ingediend, waarvan de laatste op 14 februari 2019. Hij stelt homoseksueel te zijn en baseert zijn asielverzoek daarop. Verweerder heeft zijn identiteit en nationaliteit geloofwaardig geacht, maar twijfelt aan de geloofwaardigheid van zijn homoseksualiteit en relatie met [A], die zelf een asielvergunning op grond van homoseksualiteit heeft.
De rechtbank overweegt dat eiser onvoldoende concreet en overtuigend heeft verklaard over zijn seksuele gerichtheid en persoonlijke beleving daarvan, ondanks zijn lidmaatschap van het COC en zijn relatie met [A]. Ook het late tijdstip van de asielaanvraag op deze grond wekt twijfels. De relatie met [A] wordt eveneens als ongeloofwaardig beoordeeld vanwege onvoldoende bewijs van een (liefdes)relatie.
De rechtbank wijst het beroep af en oordeelt dat het bestreden besluit niet onzorgvuldig is, ondanks een kennelijke verschrijving in de naam van de gemachtigde. Er is geen aanleiding voor vernietiging. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksualiteit wordt ongegrond verklaard.