ECLI:NL:RBDHA:2019:6022
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft in Nederland een verzoek om internationale bescherming ingediend, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser betoogde dat Nederland verantwoordelijk zou moeten zijn omdat Duitsland zich niet aan verdragsverplichtingen houdt, hij minderjarig is en het claimakkoord niet rechtsgeldig tot stand kwam. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van de meerderjarigheid van eiser, mede op basis van een leeftijdsonderzoek in België en registraties in Italië en Duitsland.
De rechtbank achtte het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing en vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in Duitsland die een uitzondering rechtvaardigen. Ook was onvoldoende onderbouwd dat overdracht aan Duitsland zou leiden tot schending van het non-refoulementbeginsel.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.