Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
gedurende de periode van 1 juni tot 15 juni 2019 zal aan u verlof worden verleend op voorwaarde dat uw verlofaanvraag, vergezeld van een verlofplan, voldoet aan bovengenoemde voorwaarden.”
Rechtbank Den Haag
Eiser is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf en komt in aanmerking voor herbeoordeling na 27 jaar detentie. Vooruitlopend daarop is hem verlof toegekend onder strikte voorwaarden, waaronder een frequentie van eenmaal per maand en bewaking door drie medewerkers. Eiser vordert in kort geding een aanpassing van deze voorwaarden, waaronder vierwekelijks verlof en afschaling van beveiliging.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de juiste rechtsgang voor dit geschil de beroepsprocedure bij de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) is. Eiser had deze procedure kunnen starten en de RSJ had over zijn klachten kunnen oordelen. De voorzieningenrechter volgt eiser niet in zijn stelling dat de RSJ geen effectieve rechtsgang biedt.
Ook het argument dat de herbeoordeling van de straf spoed vereist en daarom een civiele spoedprocedure gerechtvaardigd is, wordt verworpen. De reeds toegekende verlofregeling biedt voldoende ruimte en het verschil tussen maandelijks en vierwekelijks verlof is niet zodanig dat spoedeisend belang bestaat. De vordering tot afschaling van beveiliging is eveneens niet toewijsbaar in kort geding.
Daarom wordt eiser niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen en veroordeeld in de proceskosten.