Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
more than normal emotional tiestussen hem en zijn moeder. Verweerder heeft geconcludeerd dat geen aanleiding bestaat om eiser dan wel referente te horen op zijn bezwaar.
more than normal emotional ties) tussen het meerderjarige kind en diens ouder(s).
further elements of dependency’ gesteld. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraak van 19 januari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:176) heeft overwogen, geldt voor het bestaan van beschermenswaardig gezinsleven tussen volwassen familieleden, niet zijnde ouders, en minderjarige kinderen, het vereiste van ‘
further elements of dependency’ wel. Dat verweerder in zijn beleid een leeftijdsgrens hanteert voor de vraag of iemand al dan niet als jongvolwassene kan worden aangemerkt, acht de rechtbank niet onredelijk. Dat verweerder die leeftijd op ongeveer 25 jaar heeft gesteld, komt de rechtbank evenmin onredelijk voor. De rechtbank is dan ook met verweerder van oordeel dat eiser vanwege zijn leeftijd van 28 jaar (peilmoment is de binnenkomst van referente in Nederland) niet kan worden aangemerkt als jongvolwassene, zodat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eerst sprake is van beschermenswaardig familie- of gezinsleven tussen referent en eiseres als tussen hen sprake is van ‘
further elements of dependency’. Of eiser wel of niet feitelijk tot het gezin heeft behoord, hoefde verweerder daarom niet verder te onderzoeken.
further elements of dependency. Ten onrechte heeft verweerder in dat kader overwogen dat pas sprake is van
further elements of dependencyindien de banden tussen gezinsleden zo sterk zijn dat als gevolg van een scheiding de betreffende gezinsleden niet in staat zijn om zelfstandig te functioneren. Er dient vastgesteld te worden of er sprake is van aanvullende elementen van afhankelijkheid. Eiser was de oudste van het gezin. Hij heeft als een vaderfiguur in het gezin gefunctioneerd. Zijn vader vervulde zijn militaire dienstplicht en kon daardoor niet zorgen voor referente en zijn gezin. Tot zijn twintigste heeft eiser die rol vervuld tot het moment dat hij zelf werd opgeroepen om in militaire dienst te gaan. Hij werd gevangen genomen toen hij het land wilde ontvluchten. Hij heeft twee jaar gedetineerd gezeten. Hij verdiende het geld voor het gezin, hij verzorgde zijn broertjes en zusjes en voerde taken uit in het huishouden. Ook nadat hij naar Israël vluchtte, heeft hij het gezin financieel ondersteund en dat doet hij nog steeds. Hij heeft de vliegtickets naar Nederland betaald. Wekelijks is er meerdere keren contact tussen eiser en zijn gezin in Nederland. Het feit dat eiser en referente zich staande weten te houden, acht eiser geen argument voor de conclusie dat die afhankelijkheid ontbreekt. Verder overweegt verweerder ten onrechte dat er sprake moet zijn van een exclusieve zorg. Dat is irrelevant voor de vraag of er sprake is van
further elements of dependency. Dat eiser en referente al jaren niet meer met elkaar samenwonen acht eiser ook geen argument om de aanvraag af te wijzen. Ter onderbouwing van zijn stellingen verwijst eiser naar een aantal uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Den Bosch, van 22 juni 2017, AWB 17/804, van zittingsplaats Amsterdam, van 16 mei 2018, AWB 17/16631, van 1 augustus 2018, AWB 18/2591 en van zittingsplaats Rotterdam, van 12 juni 2017, AWB 17/556. Ook uit de uitspraak van de rechtbank Den Haag, van 2 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA2018:2921, blijkt volgens eiser dat aan een relatie zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro ook op afstand invulling kan worden gegeven. Referente is nog steeds financieel afhankelijk van eiser.
more than normal emotional ties” past daar niet in.